Het gewicht van non-verbale communicatie 

Tijdens interactie tussen mensen speelt non-verbale communicatie een belangrijke rol. Een groot deel van de boodschappen die mensen van elkaar opvangen heeft meer te maken met diverse non-verbale elementen dan met het gesproken woorden. Sommige onderzoekers beweren dat meer dan 80% van het effect van de totale communicatie is toe te schrijven aan het non-verbale deel. Echter, veel hangt af van de situatie waarin de communicatie zich afspeelt. Hoe meer spanning, des te groter het gewicht van de non-verbale communicatie.

Non-verbale communicatie van Barry Goodfield

BenBarbaree van den Ende - Barry Goodfieldt u zich bewust van uw non-verbale expressies? Onze non-verbale communicatie is grotendeels onbewust en wordt gekleurd door een ingesleten ervaringspatroon. Hoe wij  een gesprekspartner waarnemen wordt voor een belangrijk deel bepaald door onze ervaringen en de aangeleerde reactiepatronen daarop. Deze gedragsstrategieën komen tot uiting in de microsignalen die in ons gezicht te lezen zijn.

Professor Barry A. Goodfield (VS) ontdekte dat mensen, vooral op momenten van enige spanning, steeds dezelfde microbewegingen in het gezicht tonen. Hij noemde die bewegingen het ‘Non Verbal Leak’ (NVL). Deze NVL’s spelen zich af buiten ons bewustzijn en zijn universeel. In zijn methode, die hij in de jaren zeventig ontwikkelde, wordt een verbinding gemaakt tussen bepaalde (combinaties van) microbewegingen en onbewuste gedragsstrategieën. De methode is vele jaren verder ontwikkeld en verfijnd in psychotherapie, consultancy en justitie.

In totaal worden in de Goodfield-methode twaalf visueel te onderscheiden strategietypen omschreven. Uniek aan deze methode is dat het strategietype kan worden ‘gezien’  voordat het bijbehorende gedrag zich daadwerkelijk voordoet. De non-verbale basisinformatie kan niet worden gemanipuleerd omdat deze onbewust is.

 

Het Instituut voor Non-verbale Strategie Analyse (INSA) De INSA methode

Een aantal professionals die ook leerlingen van Goodfield waren hebben het Instituut voor Non-verbale Strategie Analyse (INSA) opgericht. Geïnspireerd  door de Goodfield methode zijn zij samen met de Universiteit van Amsterdam onderzoek gaan doen. Door dit wetenschappelijk onderzoek komen zij tot de volgende methode.

INSA richt met name zijn aandacht op de microbewegingen in het gezicht. Deze geven in hun subtiliteit en intensiteit veel informatie over wat er naast de uitwisseling van woorden in de interactie gebeurt. In interactie is te zien dat deze microbewegingen elkaar zeer snel afwisselen: een afwisseling van signalen die direct invloed uitoefenen op de ander (impulsen) en signalen die de invloed om sociale redenen afzwakken (regulaties). In die afwisseling laten mensen in hoge mate steeds dezelfde microbewegingen zien: INSA noemt dit het Persoonlijk Non-verbaal Repertoire (PNR). De mate waarin mensen hun PNR laten zien en de volgorde van de impulsbewegingen en de regulerende bewegingen worden bepaald door de situatie waarin zij zich bevinden. Daarvan is de interactie met anderen van grote invloed. Vooral de onbalans tussen de impulsen en de regulatie brengt communicatiestoornissen met zich mee.

Tevens geeft het PNR algemene informatie over de gedragsstrategieën van iemand en daarmee over de kwaliteiten, valkuilen en behoeftes in interactie met zijn/haar omgeving die een persoon heeft. Psychologen als Goodfield, Fridlund, Russel, Ekman en Frijda hebben op dit gebied belangrijk werk gedaan.

Onbewuste interactie

In veel wetenschappelijke publicaties over non-verbale communicatie in interactie wordt geconcludeerd dat verreweg het grootste deel van de non-verbale signalen onbewust is. Uit het wetenschappelijk onderzoek van INSA met de Universiteit van Amsterdam is gebleken dat mensen elkaar beïnvloeden in stapjes van een fractie van een seconde. Het is vrijwel onmogelijk dat u zich daarvan bewust bent omdat u ook in gesprek bent en dus aandacht moet hebben voor hetgeen gezegd wordt.

7 strategietypen

Uit het wetenschappelijk onderzoek van INSA in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam is er tot nu toe een paar sterke correlaties gevonden tussen het PNR en gedrag. Tevens is in dit onderzoek duidelijk geworden dat een drietal basistypen te onderscheiden valt, zowel inzake PNR als in zake bijbehorende persoonlijkheidskenmerken. Naast de basistypen kunnen er een viertal mengvormen van de basistypen herkend worden waarbij mensen zichtbaar ‘schakelen’ tussen de basistypen. In totaal zijn er dus 7 strategietypen aan te wijzen die als handvat dienen om gedrag van mensen te begrijpen en ook te voorspelen.